Ja, je kunt meerdere inventieve concepten in één octrooiaanvraag combineren, maar alleen als die concepten onderling verbonden zijn via een gemeenschappelijk inventief concept. Dit noemen we de eenheid van uitvinding: een fundamenteel principe in het octrooirecht dat bepaalt welke uitvindingen samen in één aanvraag thuishoren. Lees hieronder wat dit precies betekent, wanneer het wél en niet mag, en hoe je meerdere uitvindingen strategisch beschermt.
Wat is de eenheid van uitvinding en hoe werkt die regel?
De eenheid van uitvinding is de regel die bepaalt dat een octrooiaanvraag slechts betrekking mag hebben op één uitvinding, of op een groep uitvindingen die zo nauw met elkaar verbonden zijn dat ze één enkel algemeen inventief concept vormen. Dit principe voorkomt dat aanvragers willekeurig meerdere ongerelateerde uitvindingen in één dossier stoppen om kosten te besparen.
In de praktijk betekent dit dat de conclusies in je aanvraag een technisch verband moeten hebben. Dat verband moet bestaan uit een of meer gelijke of overeenkomstige bijzondere technische kenmerken. Ontbreekt dat verband, dan spreek je van een niet-eenheidelijke aanvraag.
De regel geldt zowel voor nationale aanvragen bij het Octrooicentrum Nederland als voor Europese aanvragen bij het Europees Octrooibureau (EOB). Het doel is tweeledig: de aanvraag overzichtelijk houden en de octrooiverlenende instantie in staat stellen een gericht nieuwheidsonderzoek uit te voeren.
Wanneer mogen meerdere concepten wél in één aanvraag?
Meerdere inventieve concepten mogen in één aanvraag worden opgenomen als ze één gemeenschappelijk inventief concept delen. Dat gemeenschappelijk concept moet zich manifesteren in bijzondere technische kenmerken die elk van de uitvindingen deelt of waarop ze voortbouwen. Als die technische samenhang er is, beschouwt het octrooibureau de aanvraag als eenheidelijk.
Enkele concrete situaties waarin meerdere concepten samen mogen:
- Een product en het voortbrengingsproces voor dat product, mits het proces direct leidt tot het product.
- Een product en het gebruik van dat product voor een specifieke toepassing.
- Een werkwijze en een apparaat of middel dat specifiek is ontworpen om die werkwijze uit te voeren.
- Verschillende uitvoeringsvormen van dezelfde basisuitvinding, waarbij elke uitvoeringsvorm de gemeenschappelijke inventieve kern deelt.
Het gaat er altijd om of de afzonderlijke elementen technisch op elkaar voortbouwen. Zijn ze alleen commercieel of functioneel verwant, maar technisch los van elkaar, dan volstaat dat niet om eenheid te rechtvaardigen.
Wat gebeurt er als de aanvraag niet-eenheidelijk is?
Als een octrooibureau vaststelt dat je aanvraag niet-eenheidelijk is, ontvang je een zogenoemde uitnodiging tot beperking of een bezwaar wegens gebrek aan eenheid van uitvinding. Het bureau voert het nieuwheidsonderzoek dan alleen uit voor het eerste inventieve concept dat in de aanvraag is opgenomen.
Je hebt vervolgens een aantal opties:
- De aanvraag beperken tot het eerste concept en de overige concepten laten vervallen.
- Een of meer deeluitvindingen afsplitsen in afzonderlijke deeloctrooiaanvragen. Die deeloctrooiaanvragen behouden de indieningsdatum van de oorspronkelijke aanvraag, wat voor de prioriteitsdatum belangrijk is.
- Aanvullende recherchekosten betalen bij het EOB, zodat het bureau ook de overige inventieve concepten onderzoekt.
Een deeloctrooiaanvraag is daarmee een nuttig instrument: je verliest de vroege prioriteitsdatum niet, maar je kunt elk concept toch afzonderlijk en volledig beschermen. Dit vereist wel zorgvuldige planning en tijdige actie binnen de gestelde termijnen.
Hoe bescherm je meerdere uitvindingen strategisch via één portfolio?
De meest effectieve aanpak is om meerdere uitvindingen te behandelen als een samenhangende portefeuille in plaats van als losse aanvragen. Dat betekent dat je van tevoren nadenkt over welke uitvindingen technisch verwant zijn en samen in één aanvraag kunnen, en welke beter als zelfstandige aanvragen worden ingediend.
Een strategisch IE-portfoliobeheer houdt onder andere rekening met:
- Prioriteitsdata: Door een vroege basisaanvraag in te dienen, kun je binnen twaalf maanden prioriteitsaanvragen indienen voor gerelateerde uitvindingen die voortvloeien uit verdere ontwikkeling.
- Deeloctrooiaanvragen: Als een aanvraag niet-eenheidelijk blijkt, gebruik je deeloctrooiaanvragen om alle concepten toch te beschermen zonder de prioriteitsdatum te verliezen.
- Continuatieaanvragen: In sommige systemen, zoals het Amerikaanse, kun je via continuatieaanvragen aanvullende conclusies indienen die voortbouwen op een eerder ingediende aanvraag.
- Bewuste bundeling: Soms is het strategisch om verwante concepten bewust samen in te dienen om de omvang van de bescherming te maximaliseren, mits de eenheidsregel dit toelaat.
Een goed doordacht portfolio beschermt niet alleen wat je nu hebt ontwikkeld, maar legt ook een basis voor toekomstige innovaties en vergroot je onderhandelingspositie tegenover concurrenten of potentiële partners.
Verschilt de eenheidsregel per land of octrooibureau?
De basisprincipes van de eenheidsregel zijn internationaal geharmoniseerd via het Patent Cooperation Treaty (PCT) en gelden in vergelijkbare vorm bij de meeste nationale en regionale octrooibureaus. Toch zijn er relevante praktische verschillen in hoe strikt bureaus de regel toepassen en hoe ze omgaan met niet-eenheidelijke aanvragen.
Enkele belangrijke verschillen:
- Europees Octrooibureau (EOB): Past de eenheidsregel strikt toe. Bij geconstateerde niet-eenheid voert het EOB alleen onderzoek uit naar het eerste concept, tenzij je aanvullende recherchekosten betaalt voor elk extra inventief concept.
- Octrooicentrum Nederland: Hanteert vergelijkbare regels als het EOB, maar de procedure voor nationale aanvragen verloopt anders dan de Europese procedure.
- PCT-aanvragen: De internationale zoekautoriteit past de PCT-eenheidsregel toe. Als niet-eenheid wordt vastgesteld, kun je aanvullende recherchekosten betalen of de aanvraag beperken. Bij de nationale fase kan elk aangewezen land vervolgens ook zijn eigen eenheidsbeoordeling maken.
- Verenigde Staten (USPTO): Hanteert een vergelijkbaar concept, maar noemt het “restriction requirement”. De USPTO is in de praktijk soms soepeler of juist strikter op specifieke punten, en de procedure voor het afsplitsen van concepten werkt anders dan in Europa.
Als je internationaal patent aanvraagt via de octrooigemachtigden die vertrouwd zijn met meerdere jurisdicties, voorkom je verrassingen in de nationale fase en stem je je strategie af op de specifieke regels van elk land.
Hoe wij je helpen bij het strategisch indienen van meerdere uitvindingen
Bij DOGIO begeleiden we je bij het maken van de juiste keuzes, nog vóór je de aanvraag indient. We beoordelen welke concepten samen in één aanvraag kunnen, welke beter als afzonderlijke aanvragen worden ingediend en hoe je de eenheidsregel optimaal gebruikt om je innovaties volledig te beschermen. Concreet bieden we:
- Een grondige inventarisatie van je uitvindingen en de technische samenhang daartussen
- Advies over het bundelen of afsplitsen van concepten op basis van de eenheidsregel
- Opstelling van professionele octrooiaanvragen via ons platform Redigendis, zodat conclusies juridisch sterk en technisch nauwkeurig zijn
- Begeleiding bij deeloctrooiaanvragen als een aanvraag niet-eenheidelijk blijkt
- Strategisch portfoliobeheer voor bedrijven met meerdere innovaties tegelijk
Wil je weten hoe je meerdere uitvindingen zo slim mogelijk beschermt? Neem contact op en we kijken samen naar de beste aanpak voor jouw situatie.