Wat betekent eenheid van uitvinding?

Eenheid van uitvinding is het octrooirechtelijke beginsel dat een octrooiaanvraag slechts één uitvinding mag bevatten, of een groep uitvindingen die onderling zo nauw verbonden zijn dat ze één algemene uitvindingsgedachte vormen. Dit vereiste geldt zowel bij nationale octrooicentra als bij het Europees Octrooibureau (EOB). In de secties hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over dit onderwerp, van wanneer het vereiste van toepassing is tot hoe je een eenheidsbezwaar in de praktijk oplost.

Wanneer geldt de eis van eenheid van uitvinding?

De eis van eenheid van uitvinding geldt bij elke octrooiaanvraag, zowel nationaal als Europees. Een aanvraag moet betrekking hebben op één uitvinding of op een groep uitvindingen die door een enkele algemene uitvindingsgedachte zijn verbonden. Het Europees Octrooiverdrag (artikel 82 EOV) en de meeste nationale octrooiwetten stellen dit als formele voorwaarde voor een geldige aanvraag.

In de praktijk betekent dit dat je als aanvrager al bij het opstellen van je aanvraag moet nadenken over de reikwijdte van je conclusies. Stel je een aanvraag in met conclusies die twee technisch van elkaar losstaande uitvindingen beschrijven, dan loopt je aanvraag het risico op een eenheidsbezwaar van de octrooigemachtigde of de onderzoeksinstantie. Dit geldt ook voor internationale aanvragen ingediend via de PCT-procedure.

De eis is er niet om aanvragers te beperken, maar om het octrooisysteem werkbaar te houden: elke aanvraag betaalt één set rechten en doorloopt één onderzoeksprocedure. Als meerdere losstaande uitvindingen in één aanvraag zouden worden opgenomen, zou dat het systeem oneerlijk belasten.

Wat zijn de gevolgen van een gebrek aan eenheid van uitvinding?

Als een octrooiaanvraag een gebrek aan eenheid vertoont, stuurt de onderzoeksinstantie een officieel bezwaar. Het praktische gevolg is dat het onderzoek zich beperkt tot de eerste uitvinding in de aanvraag, tenzij je extra betaalt voor het onderzoeken van de overige uitvindingen. De niet-onderzochte uitvindingen kun je vervolgens via een deeloctrooi (divisional application) veiligstellen.

Concreet zijn er drie gevolgen die je kunt verwachten:

  • Beperkt onderzoek: Het EOB of de nationale instantie onderzoekt alleen de groep conclusies die als eerste in de aanvraag staat. Andere uitvindingen worden buiten beschouwing gelaten.
  • Extra kosten: Wil je dat de andere uitvindingen toch worden onderzocht, dan moet je extra officiële rechten betalen voor elk aanvullend onderzoek.
  • Noodzaak tot een deeloctrooi: Uitvindingen die niet worden onderzocht, gaan niet verloren, maar je moet ze binnen de daarvoor gestelde termijnen in een aparte deeloctrooiaanvraag onderbrengen.

Een eenheidsbezwaar is dus niet het einde van de bescherming voor je overige uitvindingen, maar het vraagt wel om tijdige actie en een strategische beslissing over welke uitvindingen je prioriteit geeft.

Hoe beoordeel je of uitvindingen een ‘algemene uitvindingsgedachte’ delen?

Uitvindingen delen een algemene uitvindingsgedachte wanneer ze een of meer identieke of overeenkomstige speciale technische kenmerken bevatten. Dit zijn kenmerken die een bijdrage leveren aan de stand van de techniek, en die de uitvindingen technisch met elkaar verbinden. Of die verbinding sterk genoeg is, hangt af van de vraag of de kenmerken gezamenlijk een technisch probleem oplossen.

Het EOB hanteert een tweeledige toets:

  1. Zijn er speciale technische kenmerken? Dit zijn kenmerken die verder gaan dan wat al bekend is in de stand van de techniek. Kenmerken die al bestonden, tellen niet mee voor de beoordeling van eenheid.
  2. Zijn die kenmerken identiek of functioneel gelijkwaardig in alle uitvindingen? Als de uitvindingen elk een ander technisch kenmerk inzetten om hetzelfde probleem op te lossen, is er mogelijk geen eenheid.

Een praktisch voorbeeld: stel je een nieuwe motor en een nieuw remblok uit. Als beide uitvindingen dezelfde innovatieve koppelingstechnologie gebruiken die de kern van de uitvinding vormt, is er eenheid. Zijn ze echter technisch onafhankelijk van elkaar, dan ontbreekt de gemeenschappelijke uitvindingsgedachte.

Wat is het verschil tussen eenheid a priori en a posteriori?

Eenheid a priori betekent dat het gebrek aan eenheid al zichtbaar is zonder het nieuwheidsonderzoek te raadplegen. Eenheid a posteriori betekent dat het gebrek pas naar voren komt nadat het onderzoek heeft uitgewezen dat bepaalde kenmerken al bekend zijn en dus niet als verbindend element kunnen dienen. Dit onderscheid bepaalt op welk moment in de procedure het bezwaar wordt opgeworpen.

Eenheid a priori

Bij eenheid a priori is het al uit de tekst van de aanvraag zelf duidelijk dat de conclusies meerdere technisch losstaande uitvindingen beschrijven. De onderzoeker hoeft de stand van de techniek niet te raadplegen om dit vast te stellen. Dit type bezwaar verschijnt vroeg in de procedure.

Eenheid a posteriori

Bij eenheid a posteriori ontdekt de onderzoeker tijdens het nieuwheidsonderzoek dat een kenmerk dat de uitvindingen zou moeten verbinden, al bekend is uit de stand van de techniek. Dat kenmerk is dan geen “speciaal technisch kenmerk” meer en kan de eenheid niet langer onderbouwen. Het bezwaar verschijnt dus pas na het onderzoek, wat het voor aanvragers soms onverwacht maakt.

Het praktische belang van dit onderscheid is dat je bij een a posteriori-bezwaar de kans hebt om te argumenteren waarom het gevonden document de eenheid toch niet aantast, bijvoorbeeld omdat het kenmerk in het gevonden document een andere technische functie vervult.

Hoe los je een eenheidsbezwaar op in de praktijk?

Je lost een eenheidsbezwaar op door te kiezen welke groep conclusies je wilt handhaven, eventueel de conclusies aan te passen om de gemeenschappelijke uitvindingsgedachte te versterken, en de overige uitvindingen in een deeloctrooiaanvraag onder te brengen. Je kunt ook argumenteren waarom de uitvindingen wel degelijk eenheid vertonen, als je het niet eens bent met het bezwaar.

De stappen zijn doorgaans als volgt:

  1. Analyseer het bezwaar: Ga na welke uitvindingen de onderzoeker als afzonderlijk beschouwt en op welk technisch kenmerk de beoordeling is gebaseerd.
  2. Kies je prioriteit: Bepaal welke uitvinding commercieel het meest waardevol is en zorg dat die als eerste in de aanvraag staat of wordt onderzocht.
  3. Overweeg aanpassing van conclusies: Soms is het mogelijk om conclusies te herschrijven zodat de gemeenschappelijke uitvindingsgedachte explicieter wordt, zonder de beschermingsomvang te verliezen.
  4. Dien een deeloctrooi in: Voor uitvindingen die buiten het onderzoek vallen, start je tijdig een deeloctrooiaanvraag op basis van de originele aanvraag.

Werken met een ervaren octrooigemachtigde maakt dit proces aanzienlijk overzichtelijker. Een specialist herkent potentiële eenheidsproblemen al tijdens het opstellen van de aanvraag en helpt je een strategie te bepalen voordat het bezwaar formeel wordt opgeworpen.

Wanneer is een deeloctrooi (divisional application) de juiste keuze?

Een deeloctrooi is de juiste keuze wanneer een eenheidsbezwaar ertoe leidt dat een of meer uitvindingen buiten het onderzoek vallen, maar die uitvindingen commercieel of strategisch waardevol zijn. Je kunt een deeloctrooiaanvraag indienen zolang de moederaanvraag nog aanhangig is bij het octrooibureau.

Een deeloctrooi biedt je meerdere voordelen:

  • Je behoudt de oorspronkelijke indieningsdatum van de moederaanvraag als prioriteitsdatum, wat belangrijk is voor de beoordeling van nieuwheid.
  • Je kunt uitvindingen afzonderlijk beschermen die anders verloren zouden gaan.
  • Je bouwt een breder IE-portfolio op met meerdere onafhankelijke octrooien, wat strategisch sterk is bij licentieverlening of handhaving.

Let wel op de termijnen: bij het EOB moet een deeloctrooiaanvraag worden ingediend terwijl de moederaanvraag nog aanhangig is. Wacht je te lang, dan vervalt de mogelijkheid. Het is daarom verstandig om bij elk eenheidsbezwaar direct te beoordelen of een deeloctrooi zinvol is, en niet te wachten tot de moederaanvraag is verleend of afgewezen.

Meer informatie over de mogelijkheden vind je op onze pagina over octrooidiensten.

Hoe wij je helpen bij eenheidsvraagstukken

Eenheid van uitvinding is een technisch-juridisch vraagstuk dat je octrooistrategie direct beïnvloedt. Bij DOGIO helpen we je om dit soort vraagstukken voor te zijn, niet pas te beantwoorden als het bezwaar al op de mat ligt. Wat wij voor je doen:

  • We analyseren je uitvinding al bij de intake op mogelijke eenheidsproblemen.
  • We stellen conclusies op die de gemeenschappelijke uitvindingsgedachte helder en verdedigbaar formuleren.
  • We begeleiden je bij de keuze tussen het aanpassen van conclusies, het betalen voor aanvullend onderzoek of het indienen van een deeloctrooi.
  • We bewaken termijnen voor deeloctrooiaanvragen zodat je geen beschermingsmogelijkheden mist.
  • We ondersteunen je bij nationale en Europese procedures, met expertise in mechanica, informatietechnologie en (bio)chemie.

Wil je weten wat een patent aanvragen voor jouw situatie betekent, of heb je een eenheidsbezwaar ontvangen en wil je weten wat je opties zijn? Neem contact op en we bekijken samen de beste aanpak voor jouw uitvinding.

Gerelateerde artikelen

Scroll naar boven